als jonge adelaar
sliep hij in vervallen panden
bestudeerde natuur en kunst
zag de wereld
onderwierp haar en ontwierp haar opnieuw
hij voelde zich geweldig en onzeker
de vermaledijde keuze
tussen passie en praktisch
verdeelde zijn hoofden
hij zocht antwoord in vrouwen
drugs verzorging en inhoud
vond een alter ego en
werd cowboy in een oude nieuwe straat
langzaam werd’ie volwassen
experimenteerde met vorm en materiaal
en vond eenvoud en een eigen verhaal
hij bouwde vliegtuigen uit schuim en bedden van ijs
goochelde met levensgevaarlijke installaties
en maakte beton van papier
uit karton en plakband
toverde hij bizarre dromen
van hout en staal en brons en hars
en toonde die verspreid over het land
maar het nest knelde en de buren klaagden
hij opende een fabriek in een achterbuurt
organiseerde er feesten en diners
bouwde een kwartier omheen met anderen
en plaatste er wachters en verlichting
en goden en slaven
zijn kritische beeld werd zachter
niet milder
hij zag het schaarse geld stromen
naar gebrek aan gemeenschap en hoge lasten
en verhuisde zijn nest naar breder zicht
aan de rivier bouwde hij een schuur
met open kamers voor een torenvalk zwaluwen en duiven
langs zijn keuken stromen het water en de waarden
in zijn toilet logeren muizen
de opgezette haas groet voorbijgangers in het wild
en in zijn tuin eten putters uitgebloeide zaden
een visarend vliegt langs de dijk over het spoor van de valk
en in de lucht plukt een zeearend ganzen
een rode wouw maakt voorzichtig opwachting
de adelaar ziet de mensen zich verbazen
en kijkt als astronaut die zijn tekkel bij thuiskomt streelt
op de wereld neer
hij is een oude adelaar met gouden veren
en deelt zijn leven in in beelden
en verhervormt het land naar zijn evenbeeld
———————————————
martin knaapen
stadsgedicht no20 | april 2026
voorgedragen op 10 april 2026 tijdens de uitreiking van de Gulden Adelaar aan kunstenaarsduo Dedden / Keizer alias Spacecowboys.
———————————————