ik sta op de rotonde met een te strak geknepen bril en verouderde glazen te kijken naar het voorbijrazende verkeer dat de tegengestelden ternauwernood luid vloekend mist
er groeit ijs in de goten
de vorst is niet meer gestopt sinds de laatste opklaringen diep in de nacht even voor zes uur tweeëntwintig een week geleden
op het trottoir liggen tegels losjes vastgelijmd met kauwgom en stront die onregelmatig aangestampt zijn door rammelende hardsuizende fatbikes waarop kinderen rijden zonder toekomst
de rotonde geeft geen krimp
de rotonde denkt er niet bij na
de rotonde zal op zijn best volgend jaar verbouwd worden
de rotonde zal veiliger worden
de rotonde zal duurder worden
de rotonde zal vervloekt worden
de rotonde zal leiden tot vertraging
de rotonde zal via diverse omleidingen door overvolle straten langs piko-bello-huizen leiden tot klachten omdat er geen rekening is gehouden met pico-bello-verlangens en pico-bello-belangen van hen die de volgende verkiezingen weer tegen stemmen en ondanks de winst weer verliezen
het zal de rotonde worst zijn
de rotonde geeft geen krimp
de zuurstroom stokt in mijn keel en meningen blijven hangen achter een ruimende schedel
was ik maar een jonge dichter zonder oude mannen lucht
was ik maar net zo gelukkig als zij in hun piko-bello-huizen en vierde ik maar vakantie in het piko-bello-vakantiepark aan de pico-bello-turkse kust en zong ik maar liederen in een piko-bello-tv-programma met pico-bello-bners
ik sta op de rotonde met een te strak geknepen bril en verouderde glazen te kijken naar het voorbijrazende verkeer dat de afslag jaren geleden al heeft gemist
en denk er het mijne van
het zal de rotonde worst zijn
de rotonde geeft geen krimp
———————————————
martin knaapen
stadsgedicht no17 | januari 2026
———————————————